expeditie noedelsoep.

1. Op zoek naar mijn bruine wortels op Maluku

Onder geestelijke invloed was ik. Van vreugde, nieuwsgierigheid en ongecontroleerde spanning. Ik ging op zoek naar mijn Molukse wortels aan ‘s werelds andere, loeihete kant. Samen met mijn eigen liefdesmusje die tijdelijk de titel gewoon m’n bestie moest dragen en ik was die van haar. Want ons soort van-god-losse-relaties, die zijn ze ook op de Molukken niet gewend. Niet heel comfortabel, maar op wereldniveau is Neerlandsch’ algemene acceptatie op het gebied van de zondige liefde de zeldzame. Dus, bedankt allemaal, boefjes die jullie d’r zijn.

Het begon, na een lange nachtvlucht vanaf Sumatra, op het schattige vliegveld van Ambon. Een zeskoppige band, incluis een meneer die al helemaal zelfstandig de sambaballen mocht bespelen, zong ons mooi welkom. Een vrolijker arrival verzin je niet nee.

Mijn vaders nicht Nelcy stond buiten als een pup te springen. Ze bleek me van ver te herkennen, toen wij nog bij de bagagebanden stonden. Ik knuffelde d’r maar meteen. Ik dacht er niet over na, het was gewoon zo’n bijzonder moment. Ik noem haar trouwens mama Neeltje, zoals dat gaat in het Molukse. Geldt voor andere tantes en ooms ook die we gaan ontmoeten, al zal ik de laatste zwerm papa noemen, vanwege het gender onderscheid.

Mama Neeltje stond erop ons ‘s ochtends vroeg van het vliegveld te komen halen. Een oom, in de vijftig denk ik, en dochter Delcya, zevenentwintig, zaten ook in het ontvangstcomité. We vroegen ons af in wat voor limousine m’n tante dan wel niet moest rijden, gezien we zelf namelijk ook al met z’n tweeën waren en twee grote koffers en onze rugzakken met ons mee sleepten. In geentje was het antwoord. Überhaupt niet in een auto, ook geen bedorven wrak. Ze namen een taxi naar het vliegveld en diezelfde taxi vervoerde ons naar ons hotel in de stad. Dat betekende meteen ook dat we niet alleen een ‘enkeltje naar het hotel voor onszelf’ betaalden maar een ‘retourtje voor heel de groep’. Omdat ik nog té opgewonden was, had ik niet door dat hiermee alvast één van de paar vreemde toontjes gezet was voor mijn vereniging met mijn familie. Al zal ik daar onvolledig over uitweiden.

Tot ín onze krappe hotelkamer op de vierde verdieping vergezelden ze ons, mijn drie bloedverwanten. Claire orakelde dat we nog in een vijflijvig lepeltje-lepeltje-lepeltje-lepeltje-lepeltje zouden kruipen met ze, maar geheel by surprise wenst m’n tante ons opeens een welterusten. We moeten bijslapen na onze nachtvlucht. ‘I cook food for you’, zegt mijn tante blij. En dat maakt ons natuurlijk ook blij, zo makkelijk zijn we wel. ‘Heel graag, tot vanavond!’

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2018 expeditie noedelsoep.

Thema door Anders Norén