expeditie noedelsoep.

Een vervolg: geiten in de Nepalese Himalaya

3. Het liefste opvangcentrum

Eenmaal veilig in het nieuwe theehuis waar Asis ons naartoe bracht, besluiten Claire en ik al snel dat we de trekking afmaken. Hoe verrot we ons ook voelen. Hopen dat San en Michelle ook niet opgeven. Nu eerst maar even slapen, is het plan, maar mijn poging mislukt. Het filmische grijnsje van Biznu tovert zich continu helder tevoorschijn in mijn hoofd. En dus lig ik binnen drie seconden als een ingeblikt sardientje tegen Claire aan geperst, in haar eenpersoonsbedje. Ook San heeft eenzelfde ervaring, zo blijkt de volgende morgen. Al heeft ze geen lepeltje lepeltje gespeeld met Michelle. Ze weten trouwens nog niet of ze de trekking voort willen zetten.

Na een beroerde nacht voor ons allevier, klimmen we wel samen om kwart voor zes met muts, thermokledij onder normale kledij, handschoenen en hoofdlampjes naar Poon Hill op 3200 meter. Zo zijn we op tijd voor een zonsopgang die veel te koud is om met m’n jatten uit de handschoenen te komen voor gefriemel aan de camera. Maar het kristalheldere uitzicht op enkele witte bergtoppen die ver boven het wolkendek onder ons uitsteken, moet nou eenmaal op de foto. En met zo’n uitzicht zijn San en Michelle ook overtuigd: geen Biznu brengt ons ten onder. Let’s do this shit!

Redder Asis en zijn trekkersgroepje, moeder Fiona en dochter Suze uit Nederland, nemen ons vandaag op sleeptouw. Het beste opvangcentrum dat een mens zich kan wensen: lief, begripvol en nog gezellig ook. Vanaf morgen gaan we met nieuwe gids Prasan verder, want Fiona en Suze doen een korte trek.

Na Poon Hill dalen we naar 2140 meter. Drie dagen geleden sneeuwde het op de route. De sneeuw is nu verdwenen, maar wel vervangen door een glijbaan van ijs. En dus legt iedereen minstens één keer wat meters af op het krentje. Verder oponthoud lopen we op door Claires nieuwste hobby om zoveel mogelijk keutels de wildernis in te schieten, maar in de namiddag belanden we allen bij het nieuwe theehuis.

Zodra onze nieuwe slaapzakken ‘s avonds arriveren, stiefelen we uitgeput naar onze aftandse slaapkamer en rollen we de verse slaapzakken uit. ‘Die van jou is mooi zo met dat donkergroen’, erkent Claire. Dat is zo en dus geef ik mijn nieuwe slaapzakje niet af.

O, how I wish I did. Zodra ik de krappe zak open rits, herken ik de geur direct. Hij ruikt naar simone-ligt-vijf-dagen-ziek-in-een-slaapzak-te-stinken-tijdens-de-trek-in-peru. Claire wil niet meer met me ruilen. De temperatuur buiten de slaapzak is tot onder het vriespunt gedaald, dus er zit niets anders op dan de stinkende bacteriën te omarmen.

 

4. No more. Please. 

De opvang van Fiona en Suze én het uitzicht op Poon Hill gaven ons gisteren hernieuwde zin om de trekking te voltooien, na de horror van de avond ervoor. Maar dat is van korte duur.

We zijn vandaag alweer even onderweg. Die kou. Ik heb nu al een crabby blafmoel en vanaf nu zakt de temperatuur verder naar min zeven, min tien en dan min vijftien. Ik heb geen zin meer. Claire ook niet. Michelle ook niet, geloof ik. San ook niet. Onze twee liefjes barsten ook nog van de niet herstellende keelpijn en hoestbuien. San klinkt steevast tegen lunchtijd als een pasgeboren piepkuiken, zo weinig is er van haar stem over. In de nacht blaft Michelle een roedel honden bij elkaar.

Had ik maar.. Had ik toch naar mijn Claire geluisterd. Vijf dagen in totaal was zat in deze kou. Maar we hebben nog zes lange, stervenskoude dagen in nauwelijks te wassen oksels, poes en bil te gaan.

Alsof mijn ongedane gebed verhoord is, legt Prasan uit dat we twee dagen in één kunnen proppen. Dat betekent twee veel zwaardere dagen, maar één dag eerder terug in de bewoonde wereld met douches. En een fris ruikend dekbed. En warmte.

Warmte wint het van alles. Ook van de stijging van 2900 naar 4130 meter in één dag, waarvan we weten dat die ons kan breken. Vanwege hoogteziekte, met gebrek aan zuurstof, hoofdpijn, slapeloosheid en nachtmerries, stijg je vanaf 3000 meter hoogte normaal geen 1200 meter zoals in ons nieuwe plan, maar hooguit 500 meter per dag. Van slaapplek naar slaapplek bedoel ik dan. Zoals ik zei: warmte wint het van alles. En dus voegen we dag zes en zeven samen.

Na een lange wandeldag bereiken we ons theehuis voor de nacht. Welnu, deze avond is de eerste avond met muziek. En dat kalefatert deze snoesjes tijdelijk op. Niet alleen gecoverde Top 40 hits, maar ook onze eigen Vengaboys blazen door de speakers. Ik sta nog net niet naakt op de tafel te dansen, maar blij zijn we wel, een emotie uit een ver verleden zo lijkt het. Mijn plasdrang verpest het. Plassen moet altijd buiten, ergens in het donker. En dat durf ik niet meer alleen sinds Biznu’s hoerengrijns me blijft achtervolgen. Gelukkig beschermt Claire me tegen alle kwaad.

Wat de natuur betreft tijdens de trek: same old saaie boel, met af en toe wat best leuks. Alle hoop op omver blazende natuur is inmiddels solitair gevestigd op Annapurna Basecamp. En had ik al gezegd dat de wandelroutes hier vrijwel alleen bestaan uit stenen, ongelijke trappen? Trap op, ieders favoriet, een luttele 45.000 treden in negen dagen. Lekker hoekige mannenkuitjes voor onder de bruidsjurken it will be.

 

5. Creatief met de plasser. 

Dagelijks lopen we tussen de zes en negen uur om op de bestemming van de dag te komen. Vandaag zullen we de negen uur weer aantikken, want we lopen verder dan eerst gepland.

Vanwege de naderende hoogte, moeten we minstens vijf a zes liter water drinken. Dat betekent veel plassen. Drie van ons, om privacy redenen verklap ik -met veel moeite- alleen dat ik one of them ben, moeten tegelijkertijd plassen. In het wild, want geen wc in de buurt. Naast elkaar hurken met twee meter ertussen is de beste positionering. Een zeker teamlid -ik verklap: niet ik- had het betere idee  de broek omlaag te trekken op een hoger bergje, recht voor ons, zodat we niet tegen zijkant-dijbeen aankeken, maar gewoon volle patat tegen die flamoes aan, plassend en wel. ‘t Was gezellig.

Na een trek die iets te lang is, en uncomfortably afwisselend klots-oksel-zweterig en botten-dodend-koud, bereiken we in de namiddag het theehuis dat beduidend drukker is dan gewend. Het stikt er van de chagrijnige, dik ingepakte trekkers. Volgens mij heeft niemand er nog zin in. De gezamenlijke ruimte is redelijk vol, dus moeten we met z’n vieren op een rijtje zitten. Omdat kletsen op die manier onhandig is, staren we het Chinese overbuurjongetje van twaalf maar aan. Of eigenlijk de tonijn pizza die hij eet. ‘Geef me die’, we denken het allemaal. Het is het eerste maaltje in Nepal dat er om op te vreten uitziet. Waarschijnlijk is ons gekwijl wat opzichtig, want hij geeft ons een puntje van het pure goud dat op z’n bord ligt. Als Afrikaanse biafraatjes delen we het puntje door om beurten een hap eraf te sabbelen. De hemel. De hemel!

Het genot wordt ruw verstoord als drie Frans-Canadese meisjes van midden twintig de kleine ruimte binnen stormen. Een kabaal, zeg ik je. Van het aantal decibel waar elke aanwezige, en vooral afgematte, trekker de nekharen overeind gaan staan. Het is het type dames dat zichzelf interessant en leuk vindt, al steekt één van hen er met kop en tenen bovenuit. Het liedje van Alicia Keys moet in haar hoofd springen, want uit het niets begint ze te zingen ‘no one, no one, noooo ohohohoohonnnne’. Niet zachtjes, maar op volumestandje moeten-jullie-ALLEMAAL-eens-horen-hoe-waanzinnig-ik-kan-zingen. Dat doet goed, want dat is toch waar je het allemaal om doet, zo’n trekking.

 

6. Ode aan oma

Vandaag gebeurt ‘t. De stijging van 2900 meter naar Annapurna Basecamp op 4130 meter hoogte. Lekker non stop omhoog banjeren, zo’n negen uren lang.

Voordat we de lunchplek op Machhapuchhre Basecamp (MBC) bereiken, waar we een uurtje kunnen acclimatiseren op 3700 meter, wordt het spannend of San haar voeten nog opgetild krijgt. Haar lichaam sputtert tegen bij elke trede die ze omhoog moet.

Zelf zijn mijn voeten en handen nog geen graadje warmer dan onderkoeld en dat terwijl we al uren lopen. De pijn brengt de tranen in m’n ogen en neemt me terug naar toen ik zes jaar was, toen ik in de garage zat te huilen omdat de kou zo’n pijn deed, maar ik niet naar binnen kon. Oma was even boodschappen doen en ik dacht dat ik de sneeuw wel leuker zou vinden dan tien minuten, dus bleef ik op straat spelen. Na een uurtje kwam oma me redden uit de garage, haalde ze mijn dieren pantoffeltjes en knuffelde ze me net zo lang tot ik het niet meer koud had. Hoe harder ik aan oma denk, hoe beter ik de kou en de pijn aankan. Ik vraag of oma ervoor wil zorgen dat we helder weer hebben in Annapurna Basecamp, zodat we überhaupt uitzicht hebben en we de mentaal pittige trek niet voor niets hebben doorgezet. Of ze San meteen ook even wil helpen.

Over een half uur komen we aan in MBC, maar de zorgen om San worden alsmaar groter. Ik wil haar mijn muziek en headphone geven, want dat zou zomaar de benodigde psychische kracht kunnen geven. San beseft dat ze haar iPod (ze bestaan nog) in de tas heeft. En warempel, zie het hertje gaan ineens. Oké, ze is nog steeds kapot, maar veel beter gaat het lopen wel. Misschien ook een beetje door oma.

Na lunch lopen we het laatste stuk omhoog, langzamer dan bejaarden met versleten heupen. Niet omdat we niet sneller kunnen, maar omdat Prasan ons tot dit tempo dwingt. Zo lopen we de minste risico’s een ernstige vorm van hoogteziekte op te lopen. 

Het landschap is ruw. Stoer. De grote stenen, het ijs, de sneeuw, de hoogste bergen, gletsjers. En de lucht. Die is kraakhelder. ‘Dankjewel oma’, fluister ik zacht. Het is het vetste stuk van heel de trek.

Nog maar één helse nacht in een onmenselijke temperatuur van minus vijftien krankzinnige graden, om bij zonsopgang in diezelfde kou met teveel pijn en moeite foto’s te klikken met stijve vingers. De komende dagen wordt de temperatuur heel langzaam weer iets minder afgrijselijk.

De strijd tegen stiekeme doodsangst, de strijd tegen kou die ik nooit meer op deze wijze wil voeren, de strijd tegen onszelf. Bazen zijn we. Want we hebben overwonnen. En extra trots. Dat zijn we op San.

De afdaling. Pijnlijk voor de knieën was die. En voor San pijnlijk aan allerlei lichaamsdelen. Door een lompigheid waar je u tegen mag zeggen. We hebben allemaal gestreden, maar de trofee gaat naar San. Niet alleen om de hoge frequentie aan struikelpartijen, maar ook om de techniek die erachter schuilt. De val op het kontje die zich vervolgens ontwikkelt tot San-die-als-besuikerde-oliebol-door-de-stoffige-modder-rolt.. Onevenaarbaar. Chapeau.

Verder Bericht

Vorige Bericht

17 Reacties

  1. Mama februari 13, 2018

    Waaaw wat een verhaal ongelooflijk. Ben zo blij dat ik niet heb geweten wat jullie hebben meegemaakt met die grote gek?? Ben ontzettend trots op jullie en wederom geweldig en leuk geschreven lieve schat. Geniet nu van jullie warm weekje dikke poene van ons???

  2. Ineke februari 13, 2018

    Pohhhhh wat een verhaal weer.
    Heb het met een lach en een traan op mijn smoel gelezen
    What zijn jullie een ongelooflijke stoere kanjers.
    Ben zoooooooooo trots op jullie!!!!!!!!!!
    Gelukkig wisten we niet wat jullie moesten doorstaan, ik zou ook geen oog dicht hebben gedaan van de Zorgjes
    Jullie vriendschap was al hecht,maar nu denk ik kan hij nooit meer stuk.
    Nu maar lekker genieten van het warme zonnetje en alle moois, wat jullie nog gaan zien.
    En denk eraan, Alleen maar MOOI
    Dikke lieve knuffel van mama ani en omePaul

  3. Dorus februari 13, 2018

    Supermooi hoor! You’ve just earned the badge of “persistence”. +200XP

  4. Marieke februari 13, 2018

    O heerlijk, wat zit ik te lachen achter mijn pc! Dat plassen en de flamoes en dat struikelen van San, fantastisch! Maar dat jullie zo afgezien hebben, echt ongelofelijk. Super goed gedaan meiden, echt een diepe buiging! En weer heerlijk geschreven Simone, fijn dat je oma er onderweg even bij was!

  5. Anne februari 13, 2018

    Wauwww je schrijft zo bizar goed! Als ik terugdenk aan jullie verhaal zie ik een film voor me en geen geschreven tekst… pleaaaaassseee schrijf een boek! Wat ben ik trots op jullie dat jullie deze tocht hebben doorstaan! Wat heftig allemaal.. geniet nu maar lekker van de warmte! Zo verdiend!! Dikke knuffels jullie nisjeke

  6. Michelle februari 13, 2018

    Super geschreven, in een deuk gelegen!

    • Monique februari 13, 2018

      Mijn god wat een verhaal ,via de telefoon had ik het al gehoord maar dat het zo akelig was had ik niet gedacht.
      Gelukkig dat Sandra nog bereik had op haar telefoon zodat er voor jullie een nieuwe gids kon komen
      Wel knap dat jullie het allemaal afgemaakt hebben.
      dikke kus Monique

  7. yvonne februari 13, 2018

    heb allebei de delen gelezen voor ik een reactie schreef. maar goed ook want deel 1 was geen feestje 🙁 Wat een bazen zijn jullie!! echt zo te gek dat jullie dit gedaan hebben. arme San, ik hoop dat ze ondertussen weer fatsoenlijk kan lopen. zo blij dat jullie veilig teruggekomen zijn, en ondanks de slechte ervaring met die mafkees: dit verhaal neemt niemand jullie meer af. echt onevenaarbaar. maar HEEEEEEEL blij dat het goed is afgelopen xxxxxx *veegt angszweet van voorhoofd*

  8. yvonne februari 13, 2018

    zucht vergeef de typfout, had hem op tijd gespot maar toen had ik al op PLAATSEN geklikt. geen redden meer aan…

  9. yvonne februari 13, 2018

    dus eigenlijk helemaal niet op tijd. afijn, ik wacht het volgende verhaal in spanning af. en neem nog een wijntje ondertussen.. xxx

  10. Bas februari 13, 2018

    Overwinning op jullie zelf, weinig vakantiegevoel 😉 En chapeau voor de auteur van dit verhaal! Prachtig.

  11. Miep de Jongh februari 13, 2018

    Wat heb ik weer genoten!
    Het was een prachtig verhaal en zo goed verteld door Simone!
    Het lijkt wel of ik er zelf midden In zit.
    Ga zo door! Ik kan niet wachten tot het vervolg.
    Jullie beleven zoveel.
    Je moet dit verhaal echt als een boek gaan uitgeven.
    Liefs, Miep

  12. 'buv' Gerdy februari 13, 2018

    Tjeetje, met spanning en een lach dit hele visueel, geschreven relaas gelezen! Dacht ik, dat ik vroeger in Sri Lanka wat had meegemaakt….vertel ik jullie nog wel eens. Maar dit slaat echt alles. Ik hoop dat jullie er later ook ?elijk om kunnen lachen.
    maak er morgen maar een fantastische valentijnsdag van samen, en nodig oma ook stiekem uit! Succes verder in positieviteit!

  13. Britt februari 14, 2018

    Peudelkes,

    Wat een verhalen weer! Ik zat er helemaal in, en voor even waande ik mij in de Nepalese bergen ipv el Caribe Mexicano. Net als alle anderen ben ik blij niet geweten te hebben met wat voor een idioot jullie door die bergen wandelden.. (ik had hem ervanaf geduwd als ik jullie was :p)

    Anyways, dit is een ervaring die jullie nooit en vergeten en zoals je tante al zei, een band alleen maar sterker maakt. Ik ben zo trots op jullie en gun jullie zo erg deze reis en vooral op dit moment.. de warmte! In gedachten stuur ik jullie zon 10 graden die kant op.. zonder die tien is het hier goed uit te houden op t moment.

    Zoals ik je net al Appte, kan niet wachten om die hoekige mannenkuitjes te bewonderen! (Denk maar: altijd beter dan slappe hangende kuiten toch?)

    Mehgood, Gracias por los cuentos! Ik verheug me al op de volgende.

    Besos y abrazos desde Mexico,
    Britt

  14. lei raets februari 14, 2018

    Poeh zeg ! Wat een verhaal.
    Heb er gewoon kippenvel van.
    En fijn dat het goed is afgelopen.
    Chapeau voor jullie vieren.
    Groetjes van Lei en Nicolle.

  15. Annita en Ruud februari 16, 2018

    Oh dames wat een mooie belevenissen ? jullie zijn echte kanjers ??( Bergje kreta was voor ons al heel wat ?) Ook prachtige foto’s ?. Geniet geniet!!! ?

Laat een reactie achter

© 2018 expeditie noedelsoep.

Thema door Anders Norén