expeditie noedelsoep.

5. Bijna ontspannen arriveren in Booi, opa’s dorp

Met mama Neeltje, nicht Delcya en papa Tom, die tijdelijk in Ambon was, pakten we de boot naar eiland Saparua. In één van de twee zuidelijkste puntjes ligt opa’s dorp, Booi. De reis was op onze kosten, maar dat hadden we zelf voorgesteld. Mijn tante en Delcya gingen immers mee om ons te begeleiden, en mijn oom wilden we niet als enige zelf laten betalen.

Een lokaal busje bracht ons verder, een verroeste met twee verticale bankjes langs de zijkanten, met een even verroest vat vol benzine voor tussen m’n benen en de deur aan de linkerkant altijd helemaal open.

Halverwege stapten we over. Claire betaalde. Met groot geld voor Indonesische begrippen, iets anders hadden we niet. De chauffeur had te weinig wisselgeld en zou ergens geld gaan wisselen, zoals dat vaak gebeurt. Maar dat was een grapje van hem. De stinkende drilpudding stapte terug zijn busje in en startte de motor om er met onze centen tussenuit te knijpen. Een beetje schreeuwen, probeerden we maar. Maar meneer deed alsof hij ons niet begreep. Ik vroeg mijn tante en nicht snel om hulp, al zagen die allang welke treurige streek ons geleverd werd. Je zou verwachten dat ze als de bliksem in actie kwamen. Die chauffeur eens even door het open raampje aanspraken in dat Molukse dat zij volledig onder de knie hebben. Voor mijn part voor die bus sprongen met dat lekkere temperamentje van ze. To the rescue voor hun gasten, slash familie, slash freaking alles-betalers. Zijzelf hadden meer zoiets van ‘teer gerust weg.’ Ze keken naar ons. Naar de chauffeur. Naar ons. Naar het scherm van hun telefoon. En dat was waar de bijna-redding eindigde. Omdat we maar eigenhandig op die kutbus begonnen te timmeren, voorkwamen we slachtoffer te worden van inlandse piraterij.

Wanneer het mondwerk van mijn familie trouwens wél weer werkte, heel geinig was dat, was vijftien minuten later. In een andere setting. Een tweede busje reed ons verder. Met ons stapte nog een oud vrouwtje in met boodschapjes van de lokale versmarkt. In Booi eindigde de reis en precies toen we uitstapten, bracht mijn tante goed nieuws: ‘Simone, dit is ook een oma van je’, wijzend naar dat oude vrouwtje. Ah, wat leuk! Ik zette mijn liefste snuitje op, zei een Moluks goedemorgen en verwachtte een gesprekje. Maar mijn tante had slechts één magische frase aan ons te openbaren: ‘jullie betalen ook voor haar’.

‘What just happened’, vroegen we ons af toen de verpoepzakking in volle glorie met vuurwerk en al was doorgedrongen. Als de volgzame kalfjes die we waren, hadden we natuurlijk braaf betaald. Aan die echte of neppe oma hoefden we niets meer te vragen, die was inmiddels al handig afgetaaid. Het ging hooguit om een euro, maar daar ging het natuurlijk helemaal niet meer om.

We hadden, en ik durf dit bijna niet eens te zeggen, wel een beetje genoeg van mijn tante en nicht, ook al hadden ze zo nu en dan soms wel eens af en toe echt wel een soort van best lieve uitspatting. Tot een afscheid zou het nog een lange achtenveertig uren niet komen. Maarja, genoeg over hen.

Verder Bericht

Vorige Bericht

3 Reacties

  1. Dorus Marchal april 8, 2018

    haha, heerlijk weer hoor. Hoop dat jullie evengoed heerlijk hebben genoten! 🙂

  2. ineke april 8, 2018

    jeeeeee wat een verhaal. mijn mond valt open.
    van je familie moet je het hebben.
    het enige goede, we hebben weer mogen genieten van je geweldig taal gebruik.
    zo nu snel verder naar het volgende

  3. Nicolle april 9, 2018

    Nou, dit avontuur was weer geweldig.
    Nog even en dan zijn jullie weer in Nederland met een mooie herinnering aan jullie 3 1/2 maand reizen.
    😘😘 van Lei en Col.

Laat een reactie achter

© 2018 expeditie noedelsoep.

Thema door Anders Norén